#Column over #Birgittinessen in #DeLimburger

#Column over #Birgittinessen in #DeLimburger

“De corebusiness van onze nonnen in de Maasstraat is veranderd van ‘redding van zielen door gebed’ in ‘apostolische gastvrijheid’.”

Advertenties

Sixtijns selfie

Stedentrips zijn het excuus voor strandhaters om toch te kunnen meepraten over vakantieleed. Last-minute naar Rome vluchten, er zijn mensen voor minder gesneuveld in het Colosseum. Mijn partner en ik kozen er toch voor, om te ontvluchten aan carnaval, die christelijke traditie van ‘het vlees vaarwel zeggen’ en het daarom op een zuipen zetten. Waar kun je dan beter heen dan naar de stad waar krankzinnige keizers die christenen voor de wilde dieren lieten werpen? Rome dus.

Door de last-minute keuze kwamen we terecht op Schiphol in de wachtrij van Easy Jet. Een perfecte naam, want in tegenstelling tot de met eigen trompetgeschal bejubelde stiptheid van de Ierse driftkikker Ryan houdt de Griekse eigenaar van Easy Jet zijn gemak. Zowel heen als terug was het lange tijd wachten in wat volgens de vliegers een ‘rij van vertragingen’ was. Het was niet de enige rij op onze wegen naar, in en van Rome. De mooiste rij vormde zich bij de bushalte op vliegveld Fiumicino voor de transferbus naar centraal station Termini. Ik dacht dat het een Nederlandse traditie was, maar hier vormde zich met EU-brede deelname (Engelsen uitgezonderd!) een rij die niet lang was maar breed. Vijftig volwassen mensen naast elkaar die allemaal tegelijk door hetzelfde portier willen, met de bedoeling zo snel mogelijk op weg te zijn. Het effect was opnieuw een ‘rij van vertragingen’. Gelukkig hebben de oudheden van Rome alle geduld. Om van respect nog te zwijgen.

Rome is heerlijk in haar wirwar van nauwe straatjes en pleinen. Je kunt er uren ronddwalen met als enig oponthoud een blik in verleidelijke etalages, een consumptie op een terras, het overtuigen van straathandelaren dat je al vijf paraplu’s en drie zonnebrillen hebt gekocht en het afwimpelen van al te opdringerige bedelaars. Na wat flaneren waren wij toe aan het onvermijdelijke: kerken en musea. Er zijn mensen die denken een stad pas te kennen wanneer ze er alle altaren van geloof en kunst hebben bezocht. Wij, mijn partner en ik, behoren niet tot dat highbrow excursieslag. Zij heeft een oog voor detail en ik zie de grote lijnen, samen lezen we de stad als een boek. Eerst even doorbladeren, van achter naar voor, en dan de mooiste fragmenten uitkiezen. Zo belandden we dus toch in museale omgevingen. Gelukkig hadden we ons door een aan het Vaticaan gelieerd bureau met de prachtige naam ‘Opera Romana Pellegrinaggi’ (ORP) een zogeheten OmniaPas laten aanpraten. Voor 90 euro p.p. drie dagen onbeperkt openbaar vervoer, hop-on-hop-off bus, toegang tot de Vaticaanse musea, St. Pieter, St. Jan van Lateranen, het Colosseum en korting bij veel andere attracties. Hoogste meerwaarde van deze kaart bleek de directe toegang tot trekpleisters waar de ‘rij van vertragingen’ vrijwel dagelijks oploopt tot vele honderden meters. Met een ORP-sticker op de revers passeerden wij in ganzenpas achter een ORP-dame duizenden wachtende toeristen die, gelukkig voor ons, niet wisten van het bestaan van de OmniaPas. Zo betraden we zonder oponthoud de meestbekeken bezienswaardigheden. Was je eenmaal ongehinderd binnen, dan ontkwam je echter niet aan de dodelijke dynamiek van de massa.

In de Vaticaanse musea werden we vanaf de entree opgenomen in een dichte kudde cameravolk waarvan je vreesde dat deze elk moment op hol kon slaan. Zonder dat we op de bewegwijzering hoefden te letten, werden we meegesleurd op de verplichte fotoroute langs de uitdragerij met geroofde kunstvoorwerpen van door de eeuwen heen gekerstende volkeren. Zoals al eerder gebeurd, overviel ons ook hier de schok van de schaalgrootte. Zoals nieuwslezers op televisie in het echt ook altijd groter of kleiner blijken, zo viel ook hier veel van de bekende collectie anders uit dan verwacht. De grootste tegenvaller moest nog komen. Tot nu stond op onze nummer één de haven van Carthago in Tunis. Tijdens die stedentrip vlak vóór het broodoproer van 2010 waren we gaan kijken waar Hannibal voor de Tweede Punische Oorlog ver vóór Christus met duizenden manschappen en olifanten was ingescheept naar Spanje. Om van daar over de Pyreneeën en de Alpen te trekken en de Romeinen een pak op hun donder te geven, zoals we op de middelbare school hadden geleerd uit de geschriften van Livius. De ‘veroveraarshaven’ die we aantroffen in Carthago overtrof in afmetingen nauwelijks die van de passantenhaven voor de pleziervaart in onze thuisstad aan de Zuid-Willemsvaart. Wat een afknapper!

In één keer stonden we in de Sixtijnse Kapel. Nou ja, in één keer? Het was na uren- en gangen lang Vaticaans spitsroeden lopen. Opeengepakt als slachtvee nerveus wachtend op het kopschot stonden we in een slecht verlichte ruimte. Omdat voortdurend werd omgeroepen dat fotograferen streng verboden was, probeerde iedereen met de mobiel een selfie te maken, de camera werkloos op de buik en iets van Michelangelo als laatste oordeel op de achtergrond. Ook klonk hard het ene ‘silenzio!’ na het andere, zodat het maar niet stil wilde worden in de kapel die vooral door alle gedoe veel miezeriger overkwam dan verwacht en bedoeld. Was dit het nu? Het heilige der heiligen van het pausconclaaf? Of de ultieme toerbestemming van de Dan Brown-lezer? Genieten was er niet bij. Bewondering noch verwondering, slechts verbijstering over hoe we ons hadden laten meeslepen in een nietsontziende massabeweging die uiteindelijk moet leiden tot teloorgang van de wereldwonderen. Nu wisten we het zeker, de redding komt niet uit de hemel maar van internet. Nergens zie je De schepping van Michelangelo helderder en serener. Het vloerpatroon van de kapel dat betoverend moet zijn, hebben we zelfs helemaal niet gezien, omdat we het mee onder de voet liepen. We werden bevangen door acute claustrofobie. Het duurde nog een uur voordat we erin slaagden via de snelste route naar buiten te geraken. Weg van de waanzin, op naar de Gelateria aan de overkant! Onder het zondige genot van een Italiaans ijsje van negen euro p.p. telden we onze zegeningen. Volgende keer een selfie van m’n nakie op Machu Picchu? Of toch maar gewoon naar het strand…

Afbeelding