Ochtendommetjes (1)

Gebrom

‘Goedemorgen, meneer. Ik heet Diana, mag ik u wat vragen?’

‘Nou vooruit, u was toch al bezig.’

‘Hoort u dat gebrom hierboven?’

‘Ik hoor wel iets boven de wolken, een vliegtuig, bedoelt u dat?’

‘Nee, ik hoor gebrom boven mij. En dat is er altijd.’

‘Daar zou ik eens naar laten kijken.’

‘Ik zal u eens wat laten zien.’ Diana, een kleine, graatmagere vrouw van middelbare leeftijd, met onverzorgd donker kapsel en een slecht gebit, opent de ritssluiting van haar jack. In een reflex wil ik mij afwenden, omdat ik een onthulling verwacht van vreselijke symptomen. Ze haalt echter een envelop uit haar binnenzak. Een foto toont alsnog een vreselijk beeld, van iemand met huidaandoeningen uit de serie ’25 meest afschuwelijke kwalen’.

‘Kijk, dit krijg je ervan, als je wordt opgenomen. Dan plaatsen ze een chip.’

‘Wie doet dat dan?’

‘In het ziekenhuis. Kijk, ik heb het hier ook allemaal opgeschreven.’ Ze toont een papier met potloodvariant op een mindmapping schema. Ze wijst op een uitloper. ‘Kijk, ik heb ze van de GGZ al aangeklaagd…’

‘Dus u hebt nog geen chip?’

‘Nee, maar ik hoor het wel altijd overal boven mij brommen.’

‘Zou een chip dan niet toch iets voor u kunnen zijn?’

‘Nee, ben je gek, want dan hebben ze je onder controle.’

‘Wie, die van dat brommen?’

‘Ja, die natuurlijk!’

‘Dat is heel vervelend voor u.’

‘Nou, het helpt wel als ik er maar met zoveel mogelijk mensen over praat…’

‘Ik hoor nu niets meer hierboven.’

‘Vertel het maar verder.’

‘Dat zal ik doen. Goedemorgen, Diana.’

‘Goedemorgen, meneer.’

 

Advertenties

Uitroepteken: !

Het uitroepteken wordt vaak misbruikt. Dat is jammer, want het haalt een tekst in waarde omlaag. Niet doen, dus!
Waar het teken eigenlijk voor bedoeld is, spreekt voor zich, namelijk uitroepen:

  • Au!
  • Ga weg!
  • Vet cool!

Het uitroepteken dient ook om nadruk te leggen, zelfs midden in de zin:
‘Achter alle (!) zinnen stond een uitroepteken.’
Wie niet zuinig is met uitroeptekens, zeker in zakelijke teksten (!), vestigt meer aandacht op emoties van de onzekere schrijver dan op de inhoud van de boodschap. Het enige wat de lezer dan meekrijgt, is:
‘Help!’